-
‘Het voelt niet goed’ werd niet veel later gevolgd door ‘ik weet het allemaal niet meer’. Het onbegrip maakte plaats voor een sterke overlevingsdrang, want je wilde zo graag. Toch hield dit niet lang stand en een paar maanden later twijfelde je. Op oudjaarsavond 2005 voelde ik hetzelfde als toen ik voor het eerst naar zwemles moest: buikpijn, heel veel twijfels en vooral niet weten wat er komen zou. Maar hoewel de woorden voor zich spreken, vallen ze compleet in het niet bij de realiteit. ‘De zomer haal ik niet.’
Alsof mijn beste vriendinnetje van mij afgepakt werd, er een mes door mijn hart gestoken werd, alsof ik vijf keer overreden werd door dezelfde auto – zonder reden. Alsof het je lot zou zijn. Alsof het zo “moest” – maar je was net vijftien.
De zomer kwam angstig dichtbij. Het afscheid nemen herhaalde zich elke week opnieuw. ‘Ik kan niet zonder je.’ De lente kwam om de hoek kijken. Ik kan me geen enkele zonnestraal meer herinneren. Het regende langdurig en intens. De storm is nooit gaan liggen. Mei werd juni en in juli begon de langverwachte zomervakantie voor menig scholier. De zomer was het einde.
Toch?
Je kwam als een storm en hebt je gedurende je ziektebed als een tornado omgetoverd. Niemand kon jou klein krijgen.
De zomer werd in rap tempo opgevolgd door het onophoudelijke gure weer van de herfst en winter. Sindsdien is het nooit meer zomer geworden.
